ECLI:NL:RVS:2017:265
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- A.B.M. Hent
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging voor overtreding Wet arbeid vreemdelingen zonder matiging
De minister legde aan appellant een boete van €144.000 op wegens twaalf overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen. De rechtbank Rotterdam herzag dit bedrag tot €96.000 en vernietigde het eerdere besluit. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak met het argument dat de boete met 25% gematigd had moeten worden vanwege de periode tussen de laatste ambtshandeling van de arbeidsinspecteurs en het insturen van het boeterapport.
De Raad van State oordeelde dat de laatste ambtshandeling niet de controle op 12 december 2013 was, maar de ontvangst van stukken van een betrokken uitlenende onderneming op 28 juli 2014. Deze handeling was relevant en vastgelegd in het boeterapport. Hierdoor was de periode tussen de laatste ambtshandeling en het insturen van het boeterapport korter dan een half jaar, zodat matiging niet aan de orde was.
De Raad verwierp het beroep van appellant en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De boete van €96.000 blijft daarmee van kracht.
Uitkomst: De boete van €96.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt bevestigd zonder matiging.