ECLI:NL:RVS:2017:2667
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toeslagpartnerstatus en herziening zorg- en huurtoeslag
De Belastingdienst/Toeslagen herzag de aan appellant toegekende voorschotten zorg- en huurtoeslag over 2014, 2015 en 2016, waarbij het inkomen van [persoon] als toeslagpartner werd betrokken omdat zij samen twee kinderen hebben en op hetzelfde adres staan ingeschreven in de basisregistratie personen (BRP).
De rechtbank Oost-Brabant oordeelde dat de toeslagpartnerstatus van [persoon] terecht was vastgesteld en verklaarde de beroepen van appellant ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte voorbijging aan de definitie van 'kind' in de Awir, omdat er geen sprake zou zijn van een inwonend kind.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de definitie van partner in artikel 3, tweede lid, van de Awir grammaticaal moet worden uitgelegd en dat artikel 4, eerste lid, niet van toepassing is op de partnerstatus. Het feit dat de kinderen niet op hetzelfde adres staan ingeschreven doet hieraan niet af. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.