ECLI:NL:RVS:2017:2702
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting tijdens hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft op 18 juli 2016 aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd respectievelijk niet-ontvankelijk verklaard en afgewezen. De vreemdelingen hebben tegen deze besluiten beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag. De rechtbank heeft het beroep van vreemdeling 1 gegrond verklaard en het besluit vernietigd, terwijl het beroep van vreemdeling 2 ongegrond werd verklaard.
Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld door de vreemdelingen. Tijdens de behandeling van het hoger beroep hebben zij een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen, zodat zij niet worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en zij opvang en verstrekkingen ontvangen.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit verzoek toegewezen. De vreemdelingen mogen niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €495,00, toe te rekenen aan rechtsbijstand door een derde.
Deze uitspraak is gedaan op 4 oktober 2017 en bevestigt de bescherming van vreemdelingen tegen uitzetting gedurende de beroepsprocedure.
Uitkomst: De vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.