ECLI:NL:RVS:2017:271
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaarschrift bestuursdwangkosten
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde op 6 oktober 2015 spoedeisende bestuursdwang op wegens het onjuist aanbieden van huishoudelijk afval. De kosten van €126 werden op appellant verhaald in een besluit van 22 oktober 2015. Appellant diende zijn bezwaarschrift tegen dit besluit op 5 december 2015 in, nadat de termijn van zes weken op 3 december 2015 was verstreken. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening.
Appellant stelde dat hij redelijkerwijs niet in verzuim was, omdat de factuur van 27 oktober 2015 onduidelijkheid gaf over de termijn voor bezwaar. De Raad oordeelde dat de verwijzing in de factuur naar de zes weken termijn na verzending van de factuur de indruk kon wekken dat bezwaar ook na het besluit van 22 oktober mogelijk was. Omdat het bezwaarschrift binnen zes weken na de factuurdatum werd ontvangen, kon niet worden geoordeeld dat appellant in verzuim was.
De Raad vernietigde het besluit van 6 januari 2016 en bepaalde dat het college het bezwaar alsnog moet behandelen. Tevens werd het betaalde griffierecht van €46 aan appellant vergoed. De inhoudelijke gronden van het bezwaar werden niet beoordeeld. Hiermee is de procedure heropend en wordt het college verplicht tot een nieuwe beslissing.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot niet-ontvankelijkverklaring wordt vernietigd.