ECLI:NL:RVS:2017:2711
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing van afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens geloofwaardigheid bekering
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 11 oktober 2016 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 3 maart 2017 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en betoogde dat de rechtbank onterecht had geoordeeld dat de bekering van de vreemdeling overwegend passief was en dat er een verkeerd beoordelingskader was gehanteerd. Volgens de staatssecretaris is er slechts één beoordelingskader voor de geloofwaardigheid van een bekering en was de bekering van de vreemdeling niet passief, omdat hij zelf actieve stappen had gezet.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de grieven van de staatssecretaris terecht waren en dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom de bekering als overwegend passief werd beschouwd. Omdat de rechtbank ook geen oordeel had gegeven over de geloofwaardigheid van de bekering, vernietigde de Afdeling het vonnis en wees de zaak terug naar de rechtbank voor een volledige herbeoordeling. Tevens stelde de Afdeling de proceskosten vast en bepaalde dat de rechtbank over de vergoeding daarvan beslist.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbeoordeling.