ECLI:NL:RVS:2017:2720
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vergunningverlening omgevingsrecht
Op 4 oktober 2017 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een mondelinge uitspraak gedaan over het verzoek om een voorlopige voorziening. Dit verzoek was ingediend door een belanghebbende tegen een vergunning die door het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug was verleend.
De verzoeker stelde dat bij gegrondverklaring van zijn beroep de reeds uitgevoerde werkzaamheden alleen tegen extreem hoge kosten ongedaan kunnen worden gemaakt, en dat dit het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigde. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat deze omstandigheid niet voldoende is om een voorlopige voorziening te treffen.
De Raad van State overwoog dat het aan de vergunninghouder is om het financiële risico te dragen dat het gebruik van de vergunning in deze fase van de procedure met zich meebrengt. Bovendien was het college naar voorlopig oordeel bevoegd de vergunning te verlenen, mede gelet op de positieve adviezen van de Monumentencommissie Mooisticht en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. Het verzoek om voorlopige voorziening werd derhalve afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de vergunningverlening wordt afgewezen.