ECLI:NL:RVS:2017:2723
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen in hoger beroep asiel
De vreemdelingen hadden bij afzonderlijke besluiten van 18 augustus 2017 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aangevraagd, welke door de staatssecretaris werden afgewezen. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdelingen tegen deze besluiten op 19 september 2017 ongegrond. De vreemdelingen stelden daarop hoger beroep in bij de Raad van State en verzochten tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 9 oktober 2017 het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen. Hierbij werd bepaald dat de vreemdelingen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd de minister van Veiligheid en Justitie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €495,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze beslissing volgt de jurisprudentie van de Raad van State, waaronder het arrest van 20 december 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:3350), waarin vergelijkbare situaties aan de orde waren. De voorziening waarborgt dat de vreemdelingen gedurende de procedure opvang en verstrekkingen kunnen ontvangen conform de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
Uitkomst: De vreemdelingen worden niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.