ECLI:NL:RVS:2017:2726
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen milieuzonebesluit Rotterdam voor oude benzineauto's
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam stelde op 16 november 2015 een verkeersbesluit vast voor de invoering van een milieuzone per 1 januari 2016. Dit besluit verbood onder meer benzineauto’s met een datum eerste toelating van 30 juni 1992 en ouder de milieuzone in te rijden. Na bezwaar verklaarde het college dit besluit op 19 april 2016 gehandhaafd. De rechtbank Rotterdam vernietigde op 14 juni 2017 het besluit voor zover het de benzineauto’s betrof en herzag de ingangsdatum en de zinsnede over het verbod.
Het college stelde op 1 augustus 2017 een nieuw verkeersbesluit vast met dezelfde strekking als het vernietigde deel. Verzoeker, die in de milieuzone woont en een oude benzineauto bezit, verzocht de voorzieningenrechter om schorsing van dit besluit omdat hij zijn woning niet meer met zijn auto kan bereiken. Hij betoogde dat het college onvoldoende had onderbouwd dat het weren van deze categorie auto’s noodzakelijk was en dat het besluit onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college rechtens niet bevoegd was een nieuw besluit met dezelfde strekking te nemen zolang de uitspraak van de rechtbank niet was geschorst. Bovendien vergt de beoordeling van de nieuwe gegevens een diepgaand onderzoek dat niet geschikt is voor de voorlopige voorziening. Gezien de ingrijpende gevolgen voor verzoeker werd het verzoek tot schorsing ingewilligd. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van 1 augustus 2017 is geschorst en het college is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.