ECLI:NL:RVS:2017:2752
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.A. Hagen
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking horeca- en exploitatievergunning wegens slecht levensgedrag door drugshandel
De burgemeester van Vlissingen heeft op 4 juni 2015 de horeca- en exploitatievergunning van appellante ingetrokken vanwege de aanwezigheid van soft- en harddrugs en materialen die duiden op drugshandel in zowel haar café als haar woning. Appellante maakte bezwaar en voerde aan niet verantwoordelijk te zijn voor de drugs, mede omdat zij in een strafzaak vrijgesproken was en de hoeveelheden gering waren.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak in hoger beroep. De Afdeling oordeelt dat de aanwezigheid van verdovende middelen en handel aanwijst en dat appellante onvoldoende toezicht heeft gehouden. Haar stelling dat de drugs aan haar toenmalige vriend toebehoorden is niet onderbouwd met concreet bewijs.
De Raad van State concludeert dat appellante niet langer voldoet aan de eis van goed levensgedrag, waarop de intrekking van de vergunningen terecht is gebaseerd. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de horeca- en exploitatievergunningen wordt bevestigd wegens onvoldoende toezicht en slecht levensgedrag.