ECLI:NL:RVS:2017:2763
Raad van State
- Herziening
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening uitspraak bestuursrechtelijke planschadevergoeding afgewezen
De zaak betreft een verzoek van een eigenaresse van een woning in Nieuwediep om herziening van een uitspraak van 13 juli 2016 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In die uitspraak werd het hoger beroep van het college van burgemeester en wethouders van Aa en Hunze gegrond verklaard en het beroep van verzoekster ongegrond.
Verzoekster had een tegemoetkoming in planschade aangevraagd wegens waardevermindering van haar woning door het bestemmingsplan Kanaaldorpen, waarin nabijgelegen agrarisch gebied werd bestemd als parkeerterrein. Zij stelde dat de toegekende tegemoetkoming onvoldoende was omdat het college de maximale planologische mogelijkheden en nadelige gevolgen onderschatte.
De rechtbank oordeelde dat het college onvoldoende rekening had gehouden met de maximale invulling van het nieuwe planologische regime, met name de mogelijkheid tot realisering van een parkeerdek met open staalconstructie. De Afdeling vernietigde deze uitspraak en verklaarde het hoger beroep van het college gegrond.
Verzoekster stelde dat het hoger beroep van het college niet-ontvankelijk was wegens gebrek aan procesbelang en dat de Afdeling ten onrechte het hoger beroep ontvankelijk had verklaard. Zij verzocht om herziening op grond van artikel 8:119 Awb Pro, stellende dat het college niet om vernietiging had verzocht en dat de Afdeling onjuist had geoordeeld. De Afdeling verwierp dit verzoek omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die tot een andere uitspraak konden leiden.
Ook het verzoek om vervallenverklaring van de uitspraak van 13 juli 2016 wegens schending van de goede procesorde werd afgewezen. De Afdeling oordeelde dat vervallenverklaring slechts in zeer bijzondere gevallen mogelijk is en dat hier geen sprake was van een dergelijk geval. Het verzoek om vernietiging van het hoger beroep van het college wegens strijd met de goede procesorde werd eveneens afgewezen. De Afdeling zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak van 13 juli 2016 wordt afgewezen.