ECLI:NL:RVS:2017:2767

Raad van State

Datum uitspraak
11 oktober 2017
Publicatiedatum
12 oktober 2017
Zaaknummer
201708038/2/V1
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbWet Centraal Orgaan opvang asielzoekers
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen beëindiging verstrekkingen tijdens hoger beroep asielaanvraag

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft op 27 januari 2017 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 13 september 2017 ongegrond verklaarde. Vervolgens is hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De vreemdeling verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om te voorkomen dat de verstrekkingen, zoals geregeld in de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers, worden beëindigd gedurende de behandeling van het hoger beroep. De voorzieningenrechter stelde vast dat er sprake was van een spoedeisend belang en dat het niet op voorhand aannemelijk was dat de uitspraak in hoger beroep in stand zou blijven.

Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen, waardoor de verstrekkingen niet worden beëindigd totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd de minister van Veiligheid en Justitie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €495,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Uitkomst: De verstrekkingen aan de vreemdeling worden niet beëindigd totdat op het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

201708038/2/V1.
Datum uitspraak: 11 oktober 2017
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling], mede voor haar minderjarige kinderen,
verzoekster,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 13 september 2017 in zaak nr. NL17.828 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, thans: de minister van Veiligheid en Justitie.
Procesverloop
Bij besluit van 27 januari 2017 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 13 september 2017 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld.
Voorts heeft de vreemdeling de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.    Het verzoek is erop gericht te voorkomen dat de verstrekkingen, voorzien bij of krachtens de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers, worden beëindigd gedurende de behandeling van het ingestelde hoger beroep.
2.    Niet op voorhand is aannemelijk dat de aangevallen uitspraak in hoger beroep in stand zal blijven. Nu voorts is gebleken van een spoedeisend belang, als bedoeld in artikel 8:81 van Pro de Awb, komt het verzoek op na te melden wijze voor toewijzing in aanmerking.
3.    De voorzieningenrechter acht termen aanwezig om de minister op na te melden wijze in de proceskosten te veroordelen.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.    bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de verstrekkingen niet zullen worden beëindigd, totdat op het door de vreemdeling ingestelde hoger beroep is beslist;
II.    veroordeelt de minister van Veiligheid en Justitie tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 495,00 (zegge: vierhonderdvijfennegentig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. G. van der Wiel, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.M.L. Hanrath, griffier.
w.g. Van der Wiel    w.g. Hanrath
voorzieningenrechter    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 11 oktober 2017
392.