ECLI:NL:RVS:2017:2767
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging verstrekkingen tijdens hoger beroep asielaanvraag
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft op 27 januari 2017 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 13 september 2017 ongegrond verklaarde. Vervolgens is hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om te voorkomen dat de verstrekkingen, zoals geregeld in de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers, worden beëindigd gedurende de behandeling van het hoger beroep. De voorzieningenrechter stelde vast dat er sprake was van een spoedeisend belang en dat het niet op voorhand aannemelijk was dat de uitspraak in hoger beroep in stand zou blijven.
Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen, waardoor de verstrekkingen niet worden beëindigd totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd de minister van Veiligheid en Justitie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €495,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De verstrekkingen aan de vreemdeling worden niet beëindigd totdat op het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.