ECLI:NL:RVS:2017:2771
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H.G. Sevenster
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vaststelling beëindiging verblijfsrecht gemeenschapsonderdaan wegens beëindiging duurzame relatie en onvoldoende bestaansmiddelen
De zaak betreft een Egyptische vreemdeling die verblijfsrecht had als partner van een Italiaanse gemeenschapsonderdaan. Na het huwelijk van de referent met een ander werd het verblijfsrecht van de vreemdeling beëindigd omdat hij geen duurzame relatie meer had en onvoldoende middelen van bestaan kon aantonen.
De vreemdeling stelde dat het vereiste van voldoende middelen niet direct bij het beëindigen van de relatie geldt en dat zijn persoonlijke omstandigheden onvoldoende waren meegewogen. De rechtbank volgde de minister, maar de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het standpunt van de minister volgde dat op het moment van beëindiging van de relatie al over voldoende middelen moet worden beschikt.
De Raad stelde dat de vreemdeling tijd moet krijgen om inkomen te verwerven en dat de persoonlijke omstandigheden meegewogen moeten worden om te voorkomen dat hij onredelijk ten laste komt van het sociale bijstandsstelsel. Het besluit van 22 januari 2016 werd vernietigd en de minister werd opgedragen een nieuw besluit te nemen rekening houdend met deze overwegingen.
Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak benadrukt de richtlijnconforme uitleg van artikel 13, tweede lid, van de Verblijfsrichtlijn en de noodzaak van een persoonlijke toets bij beoordeling van bestaansmiddelen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het verblijfsrecht wordt vernietigd.