ECLI:NL:RVS:2017:2783
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- W. Sorgdrager
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering omgevingsvergunning fietsenhandel te Harlingen
Het college van burgemeester en wethouders van Harlingen had op 4 februari 2016 medegedeeld dat van rechtswege een omgevingsvergunning was ontstaan voor het gebruik van een pand te Harlingen voor een fietsenhandel en aanverwante activiteiten. Kimswerda en FNS maakten bezwaar tegen deze vergunning, waarna het college op 29 september 2016 besloot de vergunning alsnog te weigeren. [Appellant] maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het college verklaarde dit op 30 september 2016 ongegrond. De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van [appellant] tegen deze besluiten ongegrond.
In hoger beroep betoogde [appellant] dat Kimswerda en FNS geen belanghebbenden waren bij de vergunningverlening omdat zij geen direct concurrentiebelang hadden. De Raad van State oordeelde dat Kimswerda en FNS inderdaad geen belanghebbenden waren omdat de vergunning geen toestemming gaf voor een supermarkt en hun concurrentiebelang niet rechtstreeks werd geraakt. De rechtbank had dit niet onderkend, waardoor het bezwaar van Kimswerda en FNS ten onrechte ontvankelijk werd verklaard.
De Raad van State vernietigde daarom het besluit van 29 september 2016 en verklaarde het bezwaar van Kimswerda en FNS niet-ontvankelijk. Het college hoeft geen nieuw besluit te nemen en de omgevingsvergunning van 4 februari 2016 blijft van kracht. Tevens werd het griffierecht van [appellant] vergoed.
Uitkomst: Het besluit van 29 september 2016 wordt vernietigd en het bezwaar van Kimswerda en FNS wordt niet-ontvankelijk verklaard, waardoor de omgevingsvergunning van 4 februari 2016 van kracht blijft.