ECLI:NL:RVS:2017:2851
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen in hoger beroep asielzaak
Bij onderscheiden besluiten van 30 augustus 2017 heeft de staatssecretaris de aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen opnieuw afgewezen. De vreemdelingen stelden beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 2 oktober 2017 deze beroepen ongegrond verklaarde. Hiertegen werd hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdelingen verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen die behelst dat zij niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en dat zij opvang en verstrekkingen ontvangen conform de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers. De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek, gelet op eerdere jurisprudentie, toewijsbaar was.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdelingen niet mogen worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en veroordeelde de minister van Veiligheid en Justitie tot vergoeding van proceskosten van € 495,00, toe te rekenen aan rechtsbijstand verleend door een derde. De uitspraak werd op 20 oktober 2017 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: De voorzieningenrechter bepaalt dat de vreemdelingen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten.