ECLI:NL:RVS:2017:2891
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen plaatsingsplan ondergrondse restafvalcontainers in Zeeheldenkwartier
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag stelde op 21 juni 2016 het definitieve plaatsingsplan vast voor ondergrondse restafvalcontainers (ORAC’s) in het stadsdeel centrum, wijk 45, Zeeheldenkwartier. Appellant, wonend nabij een van de aangewezen locaties, stelde beroep in tegen dit besluit vanwege vermeende geur- en geluidsoverlast, vermindering van uitzicht, en gezondheidsrisico’s.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de vermeende vermindering van uitzicht onvoldoende was om af te zien van de locatie, mede omdat de ORAC’s grotendeels ondergronds zijn en de locatie momenteel parkeerplaatsen bevat. Ook de geluidsoverlast werd als minimaal beoordeeld door de aanwezigheid van geluidsdempers en de frequentie van lediging. Geuroverlast en gezondheidsrisico’s werden niet aannemelijk gemaakt door appellant.
Appellant stelde alternatieve locaties voor die minder overlast zouden geven. Het college stelde echter dat deze locaties minder geschikt waren vanwege ondergrondse infrastructuur, aanwezigheid van bomen, parkeerplaatsen voor gehandicapten en elektrische voertuigen, en grotere loopafstanden. De Raad van State vond dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat deze alternatieven geschikter waren.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen het plaatsingsplan voor ondergrondse restafvalcontainers wordt ongegrond verklaard.