ECLI:NL:RVS:2017:2896
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering huurtoeslag wegens niet-ingeschreven verblijf in Nederland
De Belastingdienst/Toeslagen heeft de huurtoeslag over 2011 aan appellant definitief vastgesteld op nihil en het bedrag van €3.197,00 aan teveel betaalde voorschotten teruggevorderd, omdat appellant in 2011 niet op het opgegeven adres in de GBA stond ingeschreven.
Appellant voerde aan dat zij geen aanvraag had gedaan en slachtoffer was van identiteitsfraude, waarbij een derde haar DigiD zou hebben misbruikt. Zij heeft aangifte gedaan en de Belastingdienst hierover geïnformeerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt dit oordeel.
De Raad overweegt dat de digitale aanvraag met de DigiD van appellant is gedaan, waarvan het gebruik strikt persoonlijk is, en dat het bankrekeningnummer voor de voorschotten door appellant zelf is opgegeven. De stelling dat de handtekening op het antwoordformulier niet van haar is, is niet aannemelijk gemaakt. Ook is niet aannemelijk dat zij niet op de hoogte was van de besluiten.
De Raad wijst op eerdere jurisprudentie waarin sprake was van andere omstandigheden en concludeert dat de aanvraag voor rekening van appellant komt. De Belastingdienst heeft niet onzorgvuldig gehandeld en er is geen schending van het recht op een eerlijk proces. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de huurtoeslag bevestigd.