ECLI:NL:RVS:2017:2927
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming planschade wegens passieve risicoaanvaarding
Appellanten hebben een aanvraag om tegemoetkoming in planschade ingediend nadat hun perceel door een nieuw bestemmingsplan aanzienlijk minder bouwmogelijkheden bood dan onder het oude plan. Het college wees deze aanvraag af, waarna appellanten bezwaar maakten en vervolgens beroep instelden bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en dit werd in hoger beroep bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of appellanten het risico van de planologische nadelige wijziging passief hadden aanvaard. De Afdeling bevestigde dat het voorontwerpbestemmingsplan van november 2009 een concreet openbaar beleidsvoornemen vormde, waardoor het voor appellanten duidelijk was dat de bouwmogelijkheden zouden worden beperkt. Appellanten hadden ruim zestien maanden de tijd om hun bouwrechten te benutten, maar deden dit niet. Het indienen van een zienswijze werd niet als een concrete poging tot realisering gezien.
Appellanten voerden aan dat het college in strijd met het vertrouwensbeginsel had gehandeld, mede vanwege een informatiebrochure waarin werd gesteld dat geen rechten zouden worden ontnomen. De Afdeling verwierp dit beroep op het vertrouwensbeginsel omdat algemene uitlatingen in een brochure geen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen vormen. Ook het betoog dat de omvang van de schade onjuist was vastgesteld werd verworpen, omdat bij voorzienbaarheid van de planologische wijziging niet aan de omvang van de schade hoeft te worden toegekomen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de tegemoetkoming in planschade bevestigd.