ECLI:NL:RVS:2017:2938
Raad van State
- Hoger beroep
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging oplegging Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer door CBR na door rood rijden
Het CBR legde op 3 mei 2016 aan appellant een Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (EMG) op wegens onverantwoord rijgedrag, gebaseerd op een proces-verbaal van bevindingen van 14 april 2016. Appellant maakte bezwaar tegen het besluit, deels gegrond verklaard, doch het beroep bij de rechtbank werd ongegrond verklaard. In hoger beroep betwist appellant de juistheid van het proces-verbaal en de rechtmatigheid van de kostenopbouw van de EMG.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het CBR in beginsel mocht uitgaan van de juistheid van het op ambtseed opgemaakte proces-verbaal, ondanks enkele doorhalingen en tegenstrijdigheden in verklaringen. De enkele betwisting van appellant en het feit dat hij slechts voor een deel van de overtredingen beboet werd, rechtvaardigen geen afwijking van dit uitgangspunt. Ook de weigering van de politie om een aangifte wegens valsheid in geschrift op te nemen, leidt niet tot twijfel over het proces-verbaal.
Ten aanzien van de kosten van de EMG stelde de Afdeling vast dat deze kosten door het CBR zijn vastgesteld en goedgekeurd door de minister van Infrastructuur en Milieu, en dat het CBR de kosten voldoende inzichtelijk heeft gemaakt. Het betoog van appellant dat het CBR winst zou maken met de cursussen faalt. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit van het CBR tot oplegging van de EMG en verklaart het hoger beroep ongegrond.