ECLI:NL:RVS:2017:2951
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid beroep inzake niet-tijdig nemen van besluiten Wob-verzoeken
Appellant, een bijstandsontvanger uit de gemeente Gooise Meren, stelde beroep in tegen het niet-tijdig nemen van besluiten op diverse verzoeken om informatie en bijzondere bijstand, waaronder Wob-verzoeken. De rechtbank verklaarde het beroep grotendeels niet-ontvankelijk omdat zij oordeelde dat niet alle verzoeken als Wob-verzoeken konden worden aangemerkt en dat de Awb-beslistermijnen niet van toepassing waren.
Appellant stelde dat zijn verzoeken wel degelijk Wob-verzoeken waren en dat het college hem onterecht niet in de gelegenheid had gesteld zijn verzoeken te preciseren. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de meeste verzoeken geen Wob-verzoeken waren, maar informatieve vragen in lopende procedures. Wel vernietigde de Afdeling het oordeel van de rechtbank dat het beroep tegen het niet-tijdig nemen van besluiten op twee specifieke verzoeken ongegrond was en dat de rechtbank zich onbevoegd had verklaard kennis te nemen van het beroep tegen de besluiten van 7 april 2014 en 16 juni 2014.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze het beroep ongegrond verklaarde en onbevoegdheid uitsprak, en verklaarde het beroep alsnog niet-ontvankelijk. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en het beroep tegen het niet-tijdig nemen van besluiten en de besluiten zelf is niet-ontvankelijk verklaard.