ECLI:NL:RVS:2017:2958
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- G.M.H. Hoogvliet
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering ligplaatsvergunning voor bedrijfsvaartuig ondanks vergunningstop
Appellant, eigenaar van een vaartuig dat wordt gebruikt voor scheepsonderhoud en -reparatie, verzocht om een ligplaatsvergunning bij het algemeen bestuur van de bestuurscommissie van het stadsdeel Centrum te Amsterdam. Dit werd geweigerd omdat het algemeen bestuur oordeelde dat appellant geen reëel bedrijf uitoefent en het vaartuig als object moest worden aangemerkt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant met financiële stukken aannemelijk heeft gemaakt dat hij op het vaartuig een reëel bedrijf uitoefent, waarmee het vaartuig als bedrijfsvaartuig moet worden aangemerkt.
Desondanks handhaafde de Afdeling de rechtsgevolgen van het besluit vanwege een vergunningstop voor nieuwe bedrijfsvaartuigen in het gebied, neergelegd in het Instellingsbesluit en de Uitvoeringsnota, die na het bestemmingsplan Water van 2012 nog steeds gelden. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het algemeen bestuur vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand. Het algemeen bestuur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van het algemeen bestuur wordt vernietigd wegens onjuiste beoordeling van het bedrijfsvaartuig, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand vanwege het vergunningstopbeleid.