ECLI:NL:RVS:2017:2978
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in hoger beroep verblijfsvergunning intrekking
De staatssecretaris heeft op 11 augustus 2016 de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken en een inreisverbod tegen haar uitgevaardigd. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 22 september 2017 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen. Gelet op eerdere jurisprudentie, met name de uitspraak van 20 december 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:3350), achtte de voorzieningenrechter het verzoek gegrond. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, ter hoogte van €495,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter G. van der Wiel in aanwezigheid van griffier H.W. Groeneweg op 3 november 2017. De vreemdeling mag niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep tegen de intrekking van haar verblijfsvergunning is beslist.