ECLI:NL:RVS:2017:2987
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting na intrekking verblijfsvergunning asiel
Bij besluit van 14 augustus 2016 heeft de staatssecretaris de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken en een inreisverbod uitgevaardigd. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 22 september 2017 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat zij wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om voorlopige voorziening gegrond is, mede gelet op een eerdere uitspraak van 20 december 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:3350). De vreemdeling mag daarom niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, vastgesteld op €495,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand door een derde.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter G. van der Wiel, in aanwezigheid van griffier H.W. Groeneweg, op 3 november 2017.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.