ECLI:NL:RVS:2017:299
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- J.W. van de Gronden
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van niet-ontvankelijkheid waarschuwing burgemeester op grond van Drank- en Horecawet
De burgemeester heeft aan appellant een schriftelijke waarschuwing gegeven wegens het in kennelijke staat van dronkenschap dienstdoen in een horecalokaliteit, in strijd met artikel 20, zesde lid, van de Drank- en Horecawet. Appellant maakte bezwaar tegen deze waarschuwing, maar de burgemeester verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat de waarschuwing geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank bevestigde dit standpunt en oordeelde dat de waarschuwing geen wijziging in de rechtspositie van appellant teweegbrengt en geen rechtsgevolg heeft. Appellant stelde dat de waarschuwing wel een sanctiemaatregel is en dat het ontbreken van rechtsmiddelen tegen deze waarschuwing in strijd is met diverse internationale verdragen en het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de waarschuwing geen besluit is en dat appellant geen eerlijk proces of rechtsmiddel wordt onthouden, omdat hij bij een eventuele volgende overtreding tegen een handhavingsbesluit rechtsmiddelen kan aanwenden. Verder is de waarschuwing niet onder de Dienstenrichtlijn of het Handvest te brengen, omdat appellant een horecalokaliteit exploiteert vanuit een duurzame infrastructuur en de waarschuwing niet op rechtsgevolg is gericht. De Afdeling zag geen aanleiding voor prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat de schriftelijke waarschuwing geen besluit is en verklaart het hoger beroep ongegrond.