ECLI:NL:RVS:2017:2990
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris verklaarde op 14 maart 2017 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De rechtbank Den Haag vernietigde dit besluit op 17 mei 2017 en verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit. Zowel de vreemdeling als de staatssecretaris stelden hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris geen verwijtbaarheidstoets mocht toepassen bij de beoordeling van de aanvraag. Deze toets is volgens de Afdeling wel geïmplementeerd in de Vreemdelingenwet 2000 en volgt uit de Europese Procedurerichtlijn. De overige aangevoerde gronden van de vreemdeling leiden niet tot vernietiging van de uitspraak.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de vreemdeling ongegrond en het incidenteel hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.