ECLI:NL:RVS:2017:3054
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardigheid asielrelaas
De staatssecretaris wees een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank onvoldoende had getoetst of de staatssecretaris het iMMO-rapport adequaat had betrokken bij zijn beoordeling en of diens oordeel over de ongeloofwaardigheid van het asielrelaas, ondanks verifieerbare verklaringen, terecht was. De staatssecretaris had het rapport gebruikt om te betogen dat het letsel ook in een andere context kon zijn ontstaan en dat het aan de vreemdeling was om zijn verhaal aannemelijk te maken.
De vreemdeling voerde onder meer aan dat zijn seksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen niet voldoende waren geloofd, maar de Raad van State vond dat de staatssecretaris terecht twijfelde aan de geloofwaardigheid vanwege tegenstrijdige verklaringen en gebrek aan onderbouwing.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling ongegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel blijft in stand.