ECLI:NL:RVS:2017:3061
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenbewaring en toepassing lichter middel bij terugkeerplicht Afghaanse vreemdeling
De vreemdeling is op 30 juni 2017 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, oordeelde dat de staatssecretaris ten onrechte niet volstond met een lichter middel dan bewaring en beval opheffing van de bewaring met schadevergoeding.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat de maatregel van bewaring terecht was omdat de vreemdeling niet meewerkte aan terugkeer en niet vrijwillig wilde vertrekken. De staatssecretaris motiveerde dat een lichter middel niet doeltreffend zou zijn, mede op basis van vertrekgesprekken en de weigerachtige houding van de vreemdeling.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat een lichter middel volstond. De staatssecretaris had zich terecht op het standpunt gesteld dat bewaring noodzakelijk was om de uitzetting te effectueren. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd, het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Daarnaast oordeelde de Afdeling dat het zicht op uitzetting naar Afghanistan binnen een redelijke termijn niet ontbreekt, mede gelet op de samenwerking met Afghaanse autoriteiten en de uitvoering van uitzettingen in 2017. Er was geen reden om uitzettingen op te schorten ondanks het Duitse beleid. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.