ECLI:NL:RVS:2017:3064
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging handhavingsbesluit kippenhok wegens onvoldoende motivering
Het college van burgemeester en wethouders van Uitgeest legde appellant op 3 september 2014 een last onder dwangsom op om zonder vergunning gebouwde bouwwerken, waaronder een kippenhok en een schapenhok, te verwijderen. Appellant stelde dat het kippenhok al aanwezig was bij aankoop van het perceel in 1986 en overhandigde getuigenverklaringen ter onderbouwing. De rechtbank vernietigde het handhavingsbesluit deels maar liet de last tot verwijdering van het kippenhok in stand.
In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat het college niet aannemelijk heeft gemaakt dat appellant het kippenhok zonder vergunning heeft gebouwd. Het college heeft dit niet betwist en heeft onvoldoende gemotiveerd waarom het handhavend mocht optreden. Daarom wordt het besluit tot handhaving tegen het kippenhok vernietigd.
Ten aanzien van het schapenhok oordeelt de Afdeling dat dit bouwwerk niet vergunningvrij is omdat het op een perceelsdeel staat met een agrarische bestemming die het gebruik als erf verbiedt. Het college is daarom bevoegd handhavend op te treden tegen het schapenhok. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat appellant onvoldoende concrete vergelijkbare gevallen heeft aangevoerd.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het besluit van 10 maart 2015 voor zover het de last tot verwijdering van het kippenhok in stand laat, en veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het besluit tot handhaving tegen het kippenhok wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs dat appellant het zonder vergunning heeft gebouwd.