ECLI:NL:RVS:2017:3066
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling duurzame partnerrelatie voor machtiging tot voorlopig verblijf afgewezen
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, die de weigering om aan twee Syrische vrouwen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) te verlenen, had vernietigd. De vrouwen hadden een mvv aangevraagd voor verblijf bij een referent met een verblijfsvergunning asiel, die naar eigen zeggen een duurzame en exclusieve partnerrelatie met vreemdeling 1 had.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat de relatie niet duurzaam en exclusief was en dat de vreemdelingen hadden moeten worden gehoord. De staatssecretaris stelde dat de rechtbank ten onrechte zijn gemotiveerde beoordeling had vervangen en dat de verklaringen van de referent in deze procedure tegenstrijdig waren met eerdere asielverklaringen, waardoor de relatie niet als duurzaam kon worden aangemerkt.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris zijn standpunt voldoende had gemotiveerd, onder meer vanwege inconsistenties in verklaringen, het ontbreken van bewijsmiddelen en twijfel over het bestaan van een duurzame relatie. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de beroepen tegen de weigering van de mvv ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen de weigering van de machtiging tot voorlopig verblijf worden ongegrond verklaard.