ECLI:NL:RVS:2017:3093
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming planschade wegens passieve aanvaarding risico planologische wijziging
Appellante heeft een aanvraag voor tegemoetkoming in planschade ingediend wegens waardevermindering van haar perceel door een nieuw bestemmingsplan dat de planologische mogelijkheden beperkte. Het college wees de aanvraag af en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellante het risico van de nadelige planologische wijziging passief had aanvaard.
De Afdeling bestuursrechtspraak toetste het hoger beroep en oordeelde dat de benuttingsperiode van zeven maanden voldoende was om een bouwplan in te dienen. De door appellante overgelegde contra-expertise met een lang tijdschema werd als onnodig lang beoordeeld. Tevens was de schets die appellante had ingediend onvoldoende concreet om als poging tot benutting te gelden.
Verder was er geen sprake van gerechtvaardigd vertrouwen dat de onderhandelingen met de gemeente zouden leiden tot een overeenkomst die de planologische wijziging zou voorkomen. Appellante had dus het risico moeten aanvaarden dat de planologische situatie zou veranderen en de schade voor haar rekening blijft. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de tegemoetkoming in planschade bevestigd.