ECLI:NL:RVS:2017:3138
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. Uylenburg
- H. Bolt
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen vergunning uitbreiding veehouderij met stikstofdepositie beoordeling
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant verleende op 21 januari 2016 een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 voor de uitbreiding van een veehouderij aan de Kapelweg 6 te Bergeijk. De vergunning betrof het houden van maximaal 14.500 nertsen met een emissie van 3.625 kilogram ammoniak per jaar, wat leidt tot stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, waaronder Vlaamse gebieden.
De stichtingen maakten bezwaar tegen de vergunning vanwege de wijze van beoordeling van de stikstofdepositie op Vlaamse Natura 2000-gebieden. Zij betoogden dat het college ten onrechte een grens van 3% van de kritische depositiewaarde hanteerde, terwijl volgens hen een objectieve, verifieerbare passende beoordeling vereist is en dat Nederlandse criteria hadden moeten gelden.
De Raad van State oordeelde dat de stikstofdepositie van de nieuwe vergunning niet hoger is dan die van een eerdere vergunning uit 2015, die onherroepelijk is en als referentie geldt. Hierdoor kan worden geconcludeerd dat de activiteit geen significante negatieve gevolgen heeft voor Natura 2000-gebieden. Het beroep is daarom ongegrond verklaard. Een proceskostenveroordeling is niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de verleende Nbw-vergunning wordt ongegrond verklaard.