ECLI:NL:RVS:2017:3154
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A. Hagen
- J. Kramer
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Vergunningverlening voor uitbreiding melkveehouderij ondanks stikstofdepositietoename in Natura 2000-gebied
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland verleende op 26 juli 2016 een vergunning voor de exploitatie en uitbreiding van een melkveehouderij te Molenaarsgraaf. De vergunning omvatte het bouwen van een nieuwe ligboxstal en uitbreiding van de veestapel tot 267 melkrunderen en 175 vrouwelijk jongvee. De Coöperatie Mobilisation for the Environment en vereniging Leefmilieu stelden beroep in tegen het besluit, met name tegen de vergunning op grond van artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het geschil aan het oude recht moest worden getoetst, omdat het besluit vóór de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming was genomen. De appellanten voerden aan dat het college de stikstofdepositie niet correct had vastgesteld, onder meer omdat geen dieraantallen in de referentiesituatie waren genoemd en het effect van het weiden van vee niet was betrokken. De Afdeling verwierp deze bezwaren, stellende dat het college aannemelijk had gemaakt dat de stalruimte overeenkwam met de gehanteerde dierplaatsen en dat de vergunning was aangevraagd voor een situatie waarbij het vee permanent op stal stond.
Verder stelde de Afdeling vast dat het college de toename van stikstofdepositie had gemitigeerd door saldering met stikstofrechten van andere veehouderijen. De appellanten betoogden dat onvoldoende onderzoek was gedaan naar de stalruimte van deze bedrijven, maar ook dit betoog faalde. De Afdeling concludeerde dat de toename van stikstofdepositie in het Natura 2000-gebied Biesbosch binnen de kritische depositiewaarden bleef, mede door de getroffen natuurbeheermaatregelen.
De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunningverlening voor de uitbreiding van de melkveehouderij wordt ongegrond verklaard.