ECLI:NL:RVS:2017:3161
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake vreemdelingenbewaring en afwijzing beroep
De vreemdeling werd op 27 juli 2017 in vreemdelingenbewaring gesteld na overdracht door Denemarken op grond van de Dublinverordening. De staatssecretaris stelde dat de bewaring noodzakelijk was vanwege risico op onttrekking aan toezicht, gebaseerd op zware en lichte gronden zoals het niet naleven van vertrekplicht en het ontbreken van vaste verblijfplaats.
De rechtbank had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en de bewaring opgeheven, met toekenning van schadevergoeding. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris voldoende gronden had voor de bewaring en dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de toelichting op de lichte gronden te algemeen was.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De klacht over de zware grond werd niet meer behandeld omdat de grief van de staatssecretaris reeds slaagde. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en het verzoek om proceskostenveroordeling werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard met afwijzing van het verzoek om schadevergoeding.