ECLI:NL:RVS:2017:3162
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep vreemdeling tegen niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde de asielaanvraag van de vreemdeling niet-ontvankelijk, legde een vertrekbevel op en vaardigde een inreisverbod uit. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde het vonnis van de rechtbank omdat deze ten onrechte oordeelde dat de verwijtbaarheidstoets niet toegepast mocht worden bij de beoordeling van de aanvraag. De Afdeling oordeelde dat deze toets wel geïmplementeerd is in de Vreemdelingenwet 2000.
De Afdeling beoordeelde vervolgens de inhoudelijke gronden van het beroep van de vreemdeling, waaronder het lidmaatschapsdocument van een Koerdische politieke partij en de politieke situatie in Turkije. De staatssecretaris mocht het document als niet nieuw beschouwen en hoefde geen nader onderzoek te verrichten. De overige aangevoerde omstandigheden werden niet aannemelijk gemaakt.
Het beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard en het eerdere besluit van niet-ontvankelijkheid bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris blijft in stand.