ECLI:NL:RVS:2017:3195
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging nihilstelling huurtoeslag over 2013 en 2014 wegens onvoldoende bewijs huurbetaling
Appellant huurt sinds 2004 een woning van zijn dochter en heeft huurtoeslag aangevraagd voor 2013 en 2014. De Belastingdienst stelde het recht op huurtoeslag definitief op nihil vanwege het ontbreken van bewijs dat appellant daadwerkelijk huurkosten heeft gemaakt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond wegens onvoldoende motivering van de Belastingdienst, maar handhaafde de nihilstelling omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij alle huurkosten had voldaan. Appellant voerde aan dat hij contant betaalde en dat een 'Huurverrekening verklaring' van zijn dochter als kwitantie kon dienen.
De Raad van State oordeelde dat appellant niet had voldaan aan zijn bewijslast om huurbetalingen aannemelijk te maken. De 'Huurverrekening verklaring' kon niet als kwitantie worden aangemerkt en de bedragen in de overzichten en bankmutaties kwamen niet overeen. De eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 26 juli 2017 werd bevestigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de nihilstelling van het recht op huurtoeslag over 2013 en 2014 wordt bevestigd.