ECLI:NL:RVS:2017:3230
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet-in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
Bij besluit van 28 september 2017 heeft de staatssecretaris een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet in behandeling genomen. Hiertegen stelde de wederpartij beroep in bij de rechtbank, die dit beroep niet-ontvankelijk verklaarde op 24 oktober 2017. De staatssecretaris stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris geen belang had bij het hoger beroep, omdat het hoger beroep hem niet in een gunstiger positie kon brengen. Het mogelijke effect op toekomstige zaken was onvoldoende om procesbelang aan te nemen. Daarom werd het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
Gezien deze niet-ontvankelijkheid werd ook het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter N. Verheij in aanwezigheid van griffier S.H. Nienhuis op 22 november 2017.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris is niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.