ECLI:NL:RVS:2017:3231
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning en inreisverbod
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris niet-ontvankelijk werd verklaard. Tevens werd het verzoek om opheffing van een tegen hem uitgevaardigd inreisverbod afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat de staatssecretaris de vreemdeling niet naar zijn land van herkomst zal uitzetten, waardoor er geen 'arguable claim' is om de gevraagde voorlopige voorziening toe te wijzen. Ook waren er geen andere omstandigheden die voorshands een toewijzing rechtvaardigen.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond af en zag geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd op 22 november 2017 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat geen dringende omstandigheden zijn aangetoond.