ECLI:NL:RVS:2017:3235
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning voor woningbouw in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Breda verleende op 29 november 2016 een omgevingsvergunning aan een vergunninghouder voor het bouwen van een woning op een perceel te Bavel. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, met name vanwege strijd met het bestemmingsplan, en het college verklaarde het bezwaar deels gegrond en verleende alsnog een vergunning voor afwijking van het bestemmingsplan.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant vernietigde het besluit van 20 april 2017 waarin het bezwaar werd behandeld, maar liet de rechtsgevolgen van dat besluit in stand. Zowel verzoeker als het college stelden hoger beroep in. Verzoeker vroeg vervolgens om een voorlopige voorziening om schorsing van de vergunning te bewerkstelligen, uit vrees voor een onomkeerbare situatie.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat het bouwplan als één hoofdgebouw moet worden aangemerkt en dat de woning voldoet aan de eisen van het bestemmingsplan, waaronder de afstand tot de zijdelingse perceelgrenzen. De stellingen van verzoeker dat de woning niet vrijstaand zou zijn en te dicht op de perceelgrens zou staan, werden verworpen. De voorzieningenrechter had wel twijfel over het incidenteel hoger beroep van het college, maar vond dat dit geen aanleiding gaf tot het treffen van een voorlopige voorziening.
Verzoeker kon bovendien niet op grond van een afwijkende bouwwijze handhaving vorderen in deze procedure. De vergunninghouder bouwt op eigen risico zolang er geen definitief oordeel is. Gezien deze overwegingen wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor de woningbouw wordt afgewezen.