ECLI:NL:RVS:2017:3237
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De staatssecretaris heeft op 14 april 2017 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 20 oktober 2017 ongegrond verklaarde. Vervolgens is hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij niet zou worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat hij gedurende die periode opvang en verstrekkingen zou ontvangen op grond van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek toewijsbaar was, mede gelet op eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2016:3350). De staatssecretaris werd tevens veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €495,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De voorlopige voorziening werd op 23 november 2017 uitgesproken.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.