ECLI:NL:RVS:2017:3242
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting van vreemdelingen in hoger beroep
Bij besluiten van 20 april 2017 heeft de staatssecretaris de aanvragen van twee vreemdelingen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdelingen stelden beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 26 oktober 2017 deze beroepen ongegrond verklaarde. Vervolgens stelden zij hoger beroep in bij de Raad van State en verzochten om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het verzoek om een voorlopige voorziening, inhoudende dat de vreemdelingen niet worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat zij opvang en verstrekkingen ontvangen, toewijsbaar is. Dit oordeel is mede gebaseerd op eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2016:3350).
De staatssecretaris werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €495,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd op 27 november 2017 in het openbaar gedaan door voorzieningenrechter H.G. Lubberdink.
Uitkomst: De vreemdelingen worden niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.