ECLI:NL:RVS:2017:3297
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling tijdens hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 13 juni 2017 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing op 20 oktober 2017 ongegrond. De vreemdeling stelde daarop hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om niet uitgezet te worden tijdens de behandeling van het hoger beroep, mede gelet op eerdere jurisprudentie, toewijsbaar was. Tevens werd bepaald dat de vreemdeling gedurende deze periode opvang en verstrekkingen op grond van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers zou moeten ontvangen.
Ten slotte werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, specifiek de kosten van beroepsmatige rechtsbijstand, tot een bedrag van €495,00. De uitspraak werd op 1 december 2017 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.