ECLI:NL:RVS:2017:3298
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen buiten behandeling stelling verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris bij besluit van 30 augustus 2017 buiten behandeling werd gesteld. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep niet-ontvankelijk. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure bleek dat de vreemdeling met onbekende bestemming was vertrokken en geen contact meer onderhield met zijn gemachtigde. De Afdeling overwoog dat dit impliceert dat de vreemdeling kennelijk geen prijs meer stelt op de aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Het feit dat de vreemdeling mogelijk elders asiel zou aanvragen, werd als een onzekere toekomstige gebeurtenis beschouwd die niet afdoet aan het ontbreken van een rechtens te beschermen belang.
Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 1 december 2017.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtens te beschermen belang.