ECLI:NL:RVS:2017:3299
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens politieke oppositie in Gambia
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 26 augustus 2016 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling stelde dat hij als politiek opposant in Gambia in negatieve belangstelling stond vanwege zijn deelname aan demonstraties, interviews en lidmaatschap van een oppositiebeweging. Hij verwees naar internationale rapporten die intimidatie en vervolging van politieke tegenstanders in Gambia bevestigen. De staatssecretaris erkende de activiteiten van de vreemdeling en de algemene situatie, maar motiveerde onvoldoende waarom de vreemdeling niet in negatieve belangstelling zou staan.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris zijn standpunt onvoldoende had gemotiveerd en verklaarde het hoger beroep gegrond. Vervolgens onderzocht de Afdeling of de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand konden blijven. De staatssecretaris motiveerde in hoger beroep dat de politieke situatie in Gambia was veranderd en dat de vreemdeling geen reëel risico meer liep. De vreemdeling betwistte dit niet en gaf aan bij een andere regering terug te willen keren.
Daarom bepaalde de Raad van State dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand vanwege gewijzigde politieke situatie.