ECLI:NL:RVS:2017:3312
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- E. Steendijk
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens nalaten proceskostenvergoeding in Wob-procedure
Appellant diende op 11 september 2013 een Wob-verzoek in bij het college van burgemeester en wethouders van Alblasserdam. Na uitblijven van een besluit volgden ingebrekestellingen en verzoeken om dwangsom, die het college betwistte te hebben ontvangen. Appellant stelde beroep in bij de rechtbank Rotterdam, die het beroep uiteindelijk niet-ontvankelijk verklaarde wegens termijnoverschrijding. Het verzet van appellant werd gegrond verklaard, waardoor het onderzoek werd voortgezet.
In hoger beroep betoogde appellant dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege het ontbreken van een rechtsmiddelverwijzing bij het besluit van 27 maart 2014. De Afdeling oordeelde echter dat appellant ten tijde van het bezwaar werd bijgestaan door een professionele rechtsbijstandverlener, waardoor bekendheid met de termijn kan worden verondersteld en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.
Daarnaast stelde appellant dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenvergoeding toekende voor het indienen van het verzetschrift. De Afdeling bevestigde dat de rechtbank bij een gegrond verzet gehouden is een proceskostenveroordeling uit te spreken. Daarom vernietigde de Afdeling het deel van de uitspraak waarin de rechtbank naliet het college te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten van appellant en veroordeelde het college tot vergoeding van € 1.237,50 aan proceskosten en € 251,00 aan griffierecht.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van € 1.237,50 aan proceskosten en € 251,00 aan griffierecht wegens nalaten proceskostenvergoeding.