ECLI:NL:RVS:2017:3347
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- G. Snijders
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding wegens onrechtmatig besluit verblijfsvergunning remigratiewet
Op 14 augustus 2014 emigreerde appellant naar Turkije via de remigratieregeling. Op 13 augustus 2015 vroeg hij verlenging van een verblijfsvergunning aan, welke op 16 oktober 2015 werd afgewezen wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf. Na bezwaar verleende de staatssecretaris alsnog de vergunning met terugwerkende kracht tot 13 augustus 2015.
Appellant vorderde vervolgens een schadevergoeding van €8.652 wegens gederfde inkomsten in de periode tussen aanvraag en afgifte van de vergunning. De rechtbank wees dit verzoek af, stellende dat niet was voldaan aan het relativiteitsvereiste en dat de vergunning niet primair bedoeld was om inkomen te verwerven.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het relativiteitsvereiste te streng werd toegepast en dat hij onder het toepassingsgebied van het Besluit 1/80 viel. De Afdeling oordeelde echter dat de onrechtmatigheid vaststaat, maar dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij daadwerkelijk schade heeft geleden door het besluit. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding bevestigd.