ECLI:NL:RVS:2017:3386
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling tijdens hoger beroep asielweigering
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 28 juni 2016 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 8 augustus 2017 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om een voorlopige voorziening, waarbij wordt bepaald dat de vreemdeling niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat hij gedurende die periode opvang en verstrekkingen ontvangt, gegrond is. Dit oordeel is mede gebaseerd op eerdere jurisprudentie van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2016:3350).
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €495,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd uitgesproken in het openbaar op 7 december 2017 door voorzieningenrechter A.B.M. Hent.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.