ECLI:NL:RVS:2017:3387
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel en inreisverbod, vernietiging rechtbankuitspraak wegens procedurefout
De staatssecretaris heeft bij besluit van 31 augustus 2017 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen en een inreisverbod uitgevaardigd. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 23 oktober 2017 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
In hoger beroep klaagde de vreemdeling dat de rechtbank ten onrechte het onderzoek zonder nadere behandeling ter zitting had gesloten, terwijl volgens artikel 8:64, vijfde lid, Awb partijen eerst in de gelegenheid moeten worden gesteld om te verklaren of zij gebruik willen maken van hun recht ter zitting te worden gehoord. De Raad van State stelde vast dat de rechtbank dit niet correct had toegepast, waardoor het onderzoek onrechtmatig was gesloten.
Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug voor nieuwe behandeling en beslissing. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. De proceskosten in hoger beroep werden vastgesteld op €495,00, waarvan de vergoeding door de rechtbank moet worden beslist.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor nieuwe behandeling.