ECLI:NL:RVS:2017:3397
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke bij besluit van 13 oktober 2017 door de minister van Veiligheid en Justitie werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing op 14 november 2017 ongegrond. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het verzoek om een voorlopige voorziening, waarbij werd gevraagd de vreemdeling niet uit te zetten totdat op het hoger beroep is beslist en om opvang en verstrekkingen te bieden, gegrond was. Dit werd mede gebaseerd op eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2016:3350).
De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van €495,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd op 11 december 2017 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.