ECLI:NL:RVS:2017:3420
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek huurtoeslag wegens onjuiste BRP-inschrijving
Appellant verzocht om herziening van de huurtoeslag over de jaren 2012 tot en met 2015, nadat de Belastingdienst/Toeslagen zijn verzoek had afgewezen wegens het ontbreken van bewijs dat hij een zelfstandige woning huurde. De rechtbank oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP) onjuist was en dat hij al vanaf 1 januari 2012 op het adres van de zelfstandige woning woonde.
In hoger beroep stelde appellant dat hij met diverse huurovereenkomsten en verklaringen van de verhuurder had aangetoond dat hij sinds 1 januari 2012 in de zelfstandige woning woonde. De Raad van State overwoog dat de huurovereenkomsten tegenstrijdigheden bevatten en dat de verklaringen van de verhuurder, mede door verschillende ingangsdata en het ontbreken van ondersteunend bewijs, onvoldoende waren om de BRP-inschrijving te corrigeren.
De Belastingdienst mocht daarom terecht uitgaan van de BRP-inschrijving als leidend voor de vaststelling van het recht op huurtoeslag. Het hoger beroep faalde en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het herzieningsverzoek huurtoeslag bevestigd.