ECLI:NL:RVS:2017:3484
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom wegens onterecht opgelegde bodemverontreiniging
Het college van gedeputeerde staten van Drenthe legde appellante een last onder dwangsom op wegens het niet op de wettelijk voorgeschreven wijze afvoeren van verontreinigde grond op haar perceel te Koekange. Appellante betwistte dit en stelde dat zij niet als overtreder kan worden aangemerkt omdat zij zelf geen handelingen heeft verricht en ook geen opdracht heeft gegeven voor het verplaatsen van de grond.
De Raad van State oordeelde dat om als overtreder te worden aangemerkt, iemand zelf handelingen moet hebben verricht of dat deze handelingen aan hem kunnen worden toegerekend. Uit het dossier bleek dat appellante geen betrokkenheid had bij de handelingen die tot de verontreiniging leidden, en dat een sommatie om het puin op te ruimen onvoldoende is om haar als overtreder aan te merken.
Daarom werd het besluit van het college vernietigd voor zover het appellante betrof en werd de last onder dwangsom herroepen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellante.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt gegrond verklaard en de last onder dwangsom wordt herroepen.