ECLI:NL:RVS:2017:3485
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Beoordeling handhaving en bezwaar tegen afwijkende muurhoogte bij omgevingsvergunning in Oldenzaal
Het college van burgemeester en wethouders van Oldenzaal weigerde handhavend op te treden tegen een muur die in afwijking van een verleende omgevingsvergunning achter een woning was gebouwd. Appellant A verzocht om handhaving, maar maakte geen bezwaar tegen het besluit, terwijl appellant B wel bezwaar maakte. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant A niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een bezwaar en oordeelde dat het bezwaar van appellant B ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard.
In hoger beroep stond centraal of appellant A bezwaar had gemaakt. De Raad van State oordeelde dat het bezwaarschrift van appellant B niet mede namens appellant A was ingediend, ook niet vanwege hun huwelijk in gemeenschap van goederen. Hierdoor was het beroep van appellant A terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het hoger beroep van appellant B tegen dit oordeel werd niet-ontvankelijk verklaard.
Het college nam vervolgens een nieuw besluit op het bezwaar van appellant B en verklaarde dit ongegrond. De Raad van State oordeelde dat de muur slechts 1 cm hoger was dan vergund en dat het college in redelijkheid kon besluiten niet handhavend op te treden vanwege de geringe afwijking, het ontbreken van aantoonbare schade en de disproportionele kosten van handhaving. Het beroep tegen dit besluit werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant A is niet-ontvankelijk verklaard, het hoger beroep van appellant B niet-ontvankelijk en het beroep tegen het handhavingsbesluit ongegrond.